 |
|
|
De
oude Grieken aanbaden vele goden en godinnen. Ze geloofden
dat deze goden in een menselijke gedaante verschenen en beschikten
over bovenmenselijke krachten. Iedere Griekse stad had een
eigen godheid die |
 |
|
|
de
mensen beschermde. Deze werd
hartstochtelijk aanbeden. Het Griekse pantheon bestond uit alle goden
die op de berg Olympus woonden.
|
 |
 |
APHRODITE
was de godin van de liefde en de schoonheid. Ze hield van tal
van goden en de liefde was wederzijds. |
 |
APOLLO
was de god van de muziek. Hij vermaakte de andere goden door
op een lier te spelen. Hij was bovendien bijzonder bedreven met
pijl en boog en was een supersnelle atleet. Hij was de god van de
landbouw en het vee, en ook van het licht en de waarheid. |
 |
ARES
was de god van de oorlog en de conflicten. Hij was erg agressief
en niet geliefd bij de goden en de mensen. Hij is de verpersoonlijking
van de verschrikkingen van de oorlog. |
 |
ASCLEPIOS
was de god van de geneeskunde. |
 |
ARTEMIS
was de godin van de jacht en de dieren en tevens godin van de
vruchtbaarheid. |
|
 |
 |
ATHENA
was een van de belangrijkste godinnen in de Griekse mythologie.
Ze was de godin van de wijsheid, de oorlog, de kunsten, de industrie,
de rechtspraak en de vaardigheden. Athena ontsprong uit het voorhoofd
van de god Zeus, en ze was zijn favoriete kind. Ze was fel en moedig
in de strijd, maar ze ging enkel het gevecht aan om de steden en
staten tegen indringers te beschermen. |
 |
DEMETER
was de godin van de oogst. |
 |
EROS
was de god van de liefde, een jonge speelse god. Hij wordt vaak
afgebeeld terwijl hij schietend met zijn goudgepunte pijl de liefde
doet ontstaan. |
 |
HADES
was de god van de onderwereld. Hij besliste of de zielen van
de doden in zijn donkere rijk moesten blijven of dat ze tot in de
eeuwigheid naar het heldenparadijs mochten gaan. |
 |
HEPHAISTOS
was de oppersmid van de goden, god van het vuur en schutspatroon
van de ambachtslieden. |
 |
HERA
was de koningin van de Olympische goden. Ze werd aanbeden als
godin van het huwelijk, de vrouwen en de geboorte. Ze was de jaloerse
vrouw van Zeus. |
|
 |
 |
HERMES
werd voornamelijk beschouwd als de boodschapper van de Olympiërs.
Omdat hij de speciale dienaar van Zeus was, waren zijn sandalen
en hoed voorzien van vleugels. Hermes was de beschermer van de herder
en zijn kudde en de gids en de beschermer van de reiziger. Ook had
hij als taak de zielen naar de onderwereld te begeleiden en was
hij patroon van de redenaars, schrijvers, atleten, handelaren en
dieven en hij werd verantwoordelijk gehouden voor de voorspoed. |
 |
HESTIA
was de maagdelijke godin van de haard. Zij was het symbool van
het huiselijke leven. |
 |
PERSEPHONE
was de godin van de onderwereld. Ze was de godin van de lente
en dochter van Demeter, de godin van de oogst. Ze werd gestolen
door Hades om zijn koningin te worden. Persephone was zo ongelukkig
in de onderwereld dat de goden toestemming gaven om zes maanden
per jaar door te brengen op de Olympus. Gedurende deze periode was
de aarde warm en bloeiden de planten en bomen. |
 |
POSEIDON
was de broer van Zeus en de god van de zee. |
 |
ZEUS
was de vader van de goden en de mensheid, heerser over de goden
van de Olympus, beschermer van de koningen en voorvechter van recht
en orde. Hij schiep de eerste mensen en beschermde hen. Door met
bliksemschichten te gooien, toonde hij zijn macht. Ook is hij bekend
vanwege zijn talrijke avonturen met sterfelijke vrouwen. |
|
 |
 |
|
"The
Big Myth" © Distant Train 2002 |