 |
|
 |
Tegenwoordig
wonen er meer dan tien miljoen mensen in Griekenland. Het
Griekse schiereiland ligt tussen Albanië en Turkije en wordt
aan alle kanten, behalve in het noorden, omsloten door water
(de Egeïsche Zee, De |
 |
|
|
Ionische
Zee en de Middellandse Zee). In
de KlassiekeOudheid
was de Griekse cultuur verspreid tot ver buiten Griekenland zelf. De
Grieken koloniseerden tal van gebieden rond de Middellandse Zee en de
Zwarte Zee. Tijdens de Hellenistische periode reikte de invloedsfeer
van Griekenland tot het oosten van India.
|
 |
 |
GESCHIEDENIS
Tussen 10.000 en 3.000 jaar v.Chr. vestigden zich de eerste mensen
in Griekenland. Ze kwamen uit het Midden-Oosten en Centraal-Europa.
Via de Egeïsche Zee dreven de Grieken handel met Anatolië en de
gebieden ten oosten daarvan. Aanvankelijk werd Kreta het belangrijkste
politieke en economische centrum van de Griekse wereld. De Minoërs,
die op Kreta woonden, breidden de zeehandel verder uit en ze waagden
zich zelfs tot in het westen van Spanje.
De macht van de Minoërs werd echter gebroken doordat er zich enkele
zware aardbevingen voordeden. De rivaliserende Myceense beschaving
nam het Kretaanse handelsimperium over. De macht binnen de Myceense
samenleving werd voornamelijk uitgeoefend door een stelsel van heersers
die ieder een klein gebied volledig onder controle hadden. Het paleis
van de heerser vormde het centrum van de economische en militaire
macht.
De Myceense heersers verloren rond 1200 v.Chr. hun macht en in de
daaropvolgende periode kwam er een grote uittocht van de bevolking
op gang, waardoor het aantal inwoners van Kreta sterk achteruit
ging. De meeste mensen leefden in kleine, afgelegen gemeenschappen
en bedreven landbouw. De schrijfkunst ging bijna verloren. Bijna
alle handel en de contacten met andere culturen verdwenen haast
volledig.
Rond 900 v.Chr. steeg de landbouwproductie en de bevolking groeide
weer. De handel met het Midden-Oosten kwam weer op gang. Gedurende
deze periode begonnen de Grieken het alfabet van de Phoeniciërs
te gebruiken. Bovendien ontstond het concept van de stadsstaten
("polis"). Deze werden geregeerd door een raad en een koning. Overal
rond de Middellandse Zee vestigden de Grieken hun kolonies. Er ontstonden
meer dan 150 nederzettingen langs de kust van Noord-Griekenland,
de Bosporus en de Zwarte Zee. De Griekse invloed is zichtbaar tot
de dag van vandaag.
Alexander de Grote veroverde Klein-Azië, Egypte en Mesopotamië en
vestigde daarmee het grootste rijk dat de wereld tot dan toe had
gekend. Na zijn dood ontstond er een machtsstrijd en als gevolg
daarvan werd het rijk opgedeeld. Het tijdperk na de dood van Alexander
de Grote werd bekend als het Hellenistische Tijdperk (Griekenland
wordt ook wel Hellas genoemd). De Hellenistische koninkrijken combineerden
elementen uit de Griekse cultuur met invloeden uit het Midden-Oosten.
Het Grieks werd op veel plaatsen de voertaal.
In de 4e eeuw v.Chr. boekten de Romeinen verschillende militaire
overwinningen in Midden-Italië en hierdoor kwamen ze in conflict
met de Griekse nederzettingen in dat gebied. De oorlog duurde jarenlang,
maar uiteindelijk moesten de Grieken in 31 v.Chr. hun nederlaag
erkennen en de Griekse staten en gemeenschappen werden onderdeel
van het Romeinse Rijk. De Romeinen bewonderden de Griekse cultuur
en lieten zich er sterk door beïnvloeden. De Griekse religie werd
voor een groot deel door de Romeinen overgenomen. Latijn en Grieks
werden de belangrijkste talen van het rijk.
De moderne Griekse natie ontstond na een lange en bloedige oorlog
tegen het Ottomaanse Rijk (Turkije) die aan het begin van de 19e
eeuw gevoerd werd. De Grieken kregen steun van de belangrijkste
staten van Midden-Europa en Griekenland werd onafhankelijk onder
de bescherming (en invloed) van Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland.
|
|
 |
 |
RELIGIE
De Grieken geloofden in het individualisme van de mens en maakten
nauwgezet studie van de verschillen in persoonlijkheid en karakter.
Ze werden gefascineerd door de tegenstellingen in het menselijk
leven: dezelfde deugden die een mens groot kunnen maken, kunnen
hem ook ten gronde richten. De mythologie en de religie van de Grieken
weerspiegelen deze fascinatie. De Griekse goden hebben vaak een
bovenmenselijke kracht; velen van hen waren heldhaftig, wijs en
liefdevol, maar net als de mensen maakten ze ook fouten en werden
ze het slachtoffer van emoties, zoals jaloezie, woede, angst en
wraakzucht. Goden en godinnen woonden op de berg Olympus en werden
Olympiërs genoemd.
De religie bepaalde bijna het gehele gemeenschapsleven in de Griekse
Oudheid. Er werden sportevenementen georganiseerd om de goden te
eren. Zo waren de Olympische Spelen een eerbetoon aan Zeus. Het
belangrijkste aspect van de religieuze rituelen van de Grieken was
het brengen van offers. Dit gebeurde meestal in de open lucht voor
een groot publiek. De hele gemeenschap was erbij betrokken en nadat
het ritueel voltrokken was, werd er massaal feest gevierd. De Griekse
religie bestond voor een groot deel uit mythes (mythos is een Grieks
woord dat "verhaal" betekent) over de goden en hun relatie met de
mensen.
Rond de 2e eeuw kwamen het Christendom en het Hellenisme in contact
met elkaar. In de volgende eeuwen nam de christelijke religie de
overhand in Griekenland. |
|
 |
 |
SAMENLEVING,
ECONOMIE EN POLITIEK
Doordat er overal in het gebied rond de Middellandse Zee talrijke
baaien en natuurlijke havens zijn, ontstond er al vroeg overzeese
handel. De Griekse cultuur stond hierdoor bloot aan invloeden van
buiten. De bergen die overal op het Griekse grondgebied te vinden
zijn, vormden natuurlijke grenzen die het politieke systeem sterk
beïnvloedden. Al in vroeger tijden waren er onafhankelijke en geïsoleerde
gemeenschappen. Langzamerhand ontstonden hieruit grotere en meer
complexe samenlevingen. Uiteindelijk resulteerde dit in de stadsstaat.
Dit waren gemeenschappen met een stedelijk centrum. De stadsstaat
is het eerste voorbeeld van een samenleving waarin een groot deel
van de bevolking deelnam aan de politieke activiteiten en de besluitvormingsprocessen.
Niettemin bestonden er zelfs in Athene, de stadsstaat met de meest
democratische vorm van bestuur, grote machtsverschillen binnen de
bevolking. De Griekse vrouwen mochten zich niet met de politiek
bemoeien. Het was vrouwen niet toegestaan om zichzelf voor de rechtbank
te verdedigen en altijd moest een man voor haar het woord doen.
Ook de situatie van slaven en buitenlanders was niet benijdenswaardig.
De slaven waren meestal van niet-Griekse afkomst en waren tijdens
de oorlogen gevangen genomen. Anderen waren door piraten buitgemaakt.
Voor veel Grieken was iedereen die de Griekse taal niet machtig
was een "barbaar" (hun taal klonk voor de Grieken als de herhaling
van het betekenisloze geluid "bar, bar"). Er waren ook Griekse slaven.
Zij hadden meestal deel uitgemaakt van een leger dat verslagen was.
Een deel van de slaven genoot echter bepaalde vrijheden. Deze slaven
werden gedwongen tewerk gesteld voor de gemeenschap, en waren het
eigendom van de stadsstaat.
Tegenwoordig is Griekenland (of de Helleense Republiek, zoals het
land ook genoemd wordt) een parlementaire democratie en lid van
de Europese Unie. De lange kustlijn, de talrijke eilanden en de
belangrijke archeologische vindplaatsen, lokken vele toeristen naar
het land. Voor de economie zijn verder de productie van tabak, textiel,
metaal en aardolie van belang. De belangrijkste landbouwproducten
zijn tarwe, maïs, suiker, bonen, olijven, tomaten, wijn, aardappelen
en rundvlees.
De meerderheid van de Griekse bevolking is Christen (Grieks Orthodox),
maar er is ook een islamitische minderheid. |
|
 |
 |
CULTUUR
Mannen in het oude Griekenland hielden zich voornamelijk bezig met
kunst, handel en het vervaardigen van bouwwerken en werktuigen.
Aangezien de opbrengst van het land van groot belang was voor de
economie van de stadsstaten, werkten veel Grieken in de landbouw.
Ook waren de Grieken erg bedreven in de handel (zowel over land
als over zee). Ze exporteerden een groot aantal goederen (zoals
marmer, ivoor, hout, metalen, textiel, wol, groente, fruit, gedroogde
vis, kaas, kruiden, wijn en olie).
Aangezien de mannen voornamelijk buitenshuis actief waren, werd
het Griekse leven in en rondom het huis gedomineerd door de vrouwen.
Ze waren verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van het huishouden,
het opvoeden van de kinderen en het vervaardigen van kleding voor
heel het gezin. Slavinnen werden ingezet als hulp in de huishouding
en soms gaven ze zelfs les aan de kinderen. Enkel arme vrouwen moesten
deze taken zelf doen.
De Grieken vonden dat hun kinderen goed onderwijs moesten krijgen.
Aanvankelijk was het onderwijs in scholen voorbehouden aan de aristocratische
jongens. Tegen de 4e eeuw v.Chr. brachten alle mannen rond hun achttiende
levensjaar twee jaar door op een staatsschool, waar ze zich wijdden
aan hun lichamelijke en intellectuele ontwikkeling. Op speciale
scholen voor de aristocratie (zoals de Academie van Plato en het
Lyceum van Aristotoles) werd les gegeven in wiskunde, filosofie,
logica en retoriek. Hoewel meisjes in het oude Griekenland officieel
uitgesloten waren van het onderwijssysteem, kregen ze thuis vaak
les in lezen en schrijven.
De rijkdom van het oude Griekenland heeft een enorme invloed op
tal van culturen gehad. Zelfs vandaag de dag nog worden de oude
Griekse poëten en filosofen alom gelezen. |
|
 |
 |
|
"The
Big Myth" © Distant Train 2002 |